WIM BILO EN PIET HIELTJES VERTELLEN – De Wederopbouw wekelijks in De Brug
De komende tijd vertellen Wim Bilo en Piets Hieltjes wekelijks in De Brug over een aantal gebouwen uit de wederopbouwperiode van Nijmegen.
Zo werd het in de Brug aangekondigd:
‘Kijk in het centrum eens vaker omhoog!’
Nijmegen: parel van de wederopbouw
ma 25 jul, 13:35

NIJMEGEN – Veel mensen vinden de Nijmeegse binnenstad gezellig, maar niet op alle plekken even mooi. In de verhalenreeks ‘Nijmegen: parel van de wederopbouw’ in de Brug Nijmegen pleit Nijmegen Wederopbouwstad ervoor om in het centrum vaker omhoog te kijken. Dan blijkt dat Nijmegen een bijzondere binnenstad heeft. 

Wederopbouwkunst

STEVENSTOREN EN STADHUIS

Stevenstoren en Stadhuis als enige gerestaureerd.

Eind 1945 was het puin van de verwoeste binnenstad opgeruimd. De wederopbouw kon beginnen. Toch duurde het nog een jaar of vijf tot de wederopbouw echt zou starten. Er waren twee redenen voor deze vertraging: er was nog geen geld, en er was discussie over hoe de stad opgebouwd moest worden. Een moderne stad of een gerestaureerde stad. Waar in ieder geval geen discussie over was, was: de Stevenstoren en het stadhuis moesten als symbool van Nijmegen worden gerestaureerd.

Stevenstoren

De trots van Nijmegen is de zo geliefde Stevenstoren. De Stevenstoren was bij het bombardement van 22 februari 1944 door de luchtdruk omvergeblazen. D e toren restaureren was een logisch besluit. De restauratie begon in 1948 en werd voltooid in 1953. Op een paar kleine onderdelen na ziet de toren er hetzelfde uit als vóór de vernietiging. De toren werd iets hoger, het aantal luidkleppen werd groter en er kwam een torentje naast de toegang

Van buiten is het niet te zien, maar binnenin werd de toren met behulp van een betonconstructie een stuk steviger gemaakt. Het blijft opmerkelijk dat je een middeleeuwse toren beklimt die geen houten maar een betonnen constructie heeft. Maar hout was schaars na de oorlog en het beton zorgde voor een stevig houvast.

Stadhuis

Het stadhuis was tijdens Market Garden zwaar beschadigd. Ook het stadhuis, symbool van het bestuur van Nijmegen moest snel worden gerestaureer d. Aan de buitenkant werden de verschillende beelden onder andere van Karel de Grote en Frederik van Barbarossa, medaillons en versiersels zo goed mogelijk gereconstrueerd.

Het stadhuis had oorspronkelijk geen toren, maar het stadsbestuur besloot om er na de oorlog een te laten bouwen. Een achthoekige toren bekroond met een fraaie ui, waarmee de concurrentie werd aangegaan met de uivormige spits van de Stevenstoren.

De toren was belangrijk voor de skyline van Nijmegen. Tenslotte stond de stad voor de oorlog bekend als torenstad, vanwege de vele kerktorens die je vanuit Lent kon zien. Die waren na de oorlog zo goed als verdwenen. De toren van het stadhuis heeft nooit een andere functie gehad dan het zijn van een toren. Ze kent geen werkruimte voor ambtenaren of ruimtes met een representatieve functie. De enige keer dat er een ambtenaar komt is om er vlaggen op de top aan te brengen.

Een raar ding overigens ook, zo’n bakstenen bouwsel met een ui er bovenop. Dat vonden Nijmegenaren al snel. Als ze om een of andere reden naar het stadhuis moesten dan zei de Nijmegenaar treffend: “ik mot noar het Kremlin van Hustinx”.*

  • Hustinx burgemeester van Nijmegen van 1944 – 1967
Wederopbouwkunst

RUIMTE VOOR AUTO’S EN WINKELS

Ruimte voor auto’s en winkels in de binnenstad

De binnenstad van Nijmegen was eind 1945 een bijna 20 hectare grote kale vlakte. Voordat er kon worden begonnen met de wederopbouw van het door de oorlog zo zwaar getroffen centrum was er een langdurige discussie over hoe het moest worden herbouwd. Moest het middeleeuwse patroon weer in ere worden hersteld, of moest er ruimte worden gegeven aan de eisen van de moderne tijd? In ieder geval moest de binnenstad toegankelijk gemaakt worden voor auto’s en moesten grondgebonden woningen, fabriekjes, werkplaatsen en magazijnen plaatsmaken voor winkels. Boven de winkels kon er worden gewoond

De auto de stad in

Bij de nieuwe tijd hoorde de auto, die steeds meer in het bereik kwam van de gewone man. De nieuwe binnenstad moest goed toegankelijk worden voor dat vervoermiddel. Daartoe moest het oude stratenpatroon worden aangepast. Zo werd de Augustijnenstraat 30 meter naar het oosten verlegd en in het verlengde geplaatst van de verbrede Bloemerstraat. Na aanleg van de spoortunnel kon zo vanaf de Grote Markt met een vierbaansweg(!) rechtstreeks het Waterkwartier en de daarachterliggende bedrijven worden bereikt. Het plan om de Augustijnenstraat met een viaduct over de Houtstraat te laten lopen heeft het uiteindelijk niet gehaald. Ook de Burchtstraat en de Broerstraat werden verbreed om aan de auto ruim baan te bieden. Alle straten in het huidige voetgangersgebied waren voor de auto toegankelijk. Winkelend publiek moest de stoep op.

Plein 1944

Je moest met de auto gemakkelijk in het centrum terecht kunnen en er uiteraard makkelijk kunnen parkeren. De nieuwe binnenstad voorzag in een ruim verkeersplein waar de auto (uiteraard gratis) kon worden geparkeerd.

Rondom het plein kon een rondje worden gereden om aan stadsgenoten je auto te tonen. Voor de bussen was het plein een centraal knooppunt voor de passagiers. Maar het plein was méér dan een verkeerskundige voorziening. Het was ook een centraal uitgaansplein met drie (!) bioscopen  in de onmiddellijke nabijheid. Carolus op het Plein, Luxor aan de Bloemerstraat en de Centrumbioscoop in de Houtstraat. Aan de noordzijde van het plein bevonden zich veel horecazaken met een zonnig terras waaronder Rutex en American. Ook was Plein 1944 geschikt voor evenementen, herdenkingen en processies. Kortom een modern, eigentijds plein waar Nijmegen trots op was.

Winkels

In een periode van 15 jaar (1950-1965) is er in Nijmegen een compleet nieuwe binnenstad gebouwd. De winkelpanden met bovenwoningen werden ontworpen door verschillende architecten waardoor er een levendig en gevarieerd aanblik ontstond. Wél waren er regels omtrent bouwhoogte, gevelbreedte en dakvorm. Zo werd het platte dak de norm. Op de straathoeken konden wat meer kolossale panden komen. Denk aan VOSS (nu Bakker Bart) en  van der Werff (nu o.a. Kruitvat) aan de Broerstraat, Peek en Cloppenburg (nu H&M) aan de Burchtstraat en de voormalige V&D (nu o.a. Jumbo) aan de Grote Markt. De winkels werden destijds bevoorraad aan de achterkant via zgn., expeditiehoven. Die zijn nu vanaf de winkelstraten nog steeds bereikbaar via onderdoorgangen.

En zo kreeg Nijmegen een voor de wederopbouw zeer kenmerkende binnenstad die in grote lijnen nog onaangetast is. Compact en samenhangend op een relatief grote oppervlakte. Uniek in haar soort voor Nederland.

Wederopbouwkunst

“JE GAAT T PAS ZIEN ALS JE T DOOR HEBT.”

Wederopbouwstraat Nijmegen

 

Nijmegen: Parel van de wederopbouw

 

“JE GAAT T PAS ZIEN ALS JE T DOOR HEBT.”

Deze uitspraak van Johan Cruijff geldt zeker voor onze binnenstad. De  meeste stadscentra van de oude Nederlandse steden stammen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Denk aan Den Bosch, Deventer, Leiden of Alkmaar. Nijmegen, de oudste stad van Nederland heeft door de oorlogshandelingen een totaal ander centrum, met een architectuur stammend uit de jaren vijftig. De panden hebben een aantal typische kenmerken uit die wederopbouwtijd. Als die kenmerken eenmaal worden gekend en herkend is als vanzelf de conclusie dat onze binnenstad uniek is. Nergens in Nederland is er zo’n groot aaneengesloten gebied met een samenhangende wederopbouwarchitectuur

Verticaal

De panden in de binnenstad vallen op door hun verticaliteit en transparantie. De wederopbouwperiode wordt gekenmerkt door geloof in vooruitgang. Nieuwe materialen en nieuwe vormgeving geven daar uiting aan.  De indruk van verticalisering wordt onder andere gewekt met betonnen omlijstingen van ramen en gevel. Misschien is de voormalige bioscoop Carolus aan Plein 1944 daarvan wel het mooiste voorbeeld.

Licht, lucht en ruimte.

Boven de winkels in het centrum werden woningen gepland volgens het principe ‘licht, lucht en ruimte’. Woningen moesten na de oorlog van binnen licht zijn en in contact staan met de buitenwereld.  Kijk in het centrum eens omhoog en ontdek de grote raampartijen. Het interieur achter de gevel is licht in tegenstelling tot de vooroorlogse periode toen huizen vaak bedompt en donker waren. Opvallend zijn ook de honderden balkons. De bewoners konden op het balkon zitten en frisse lucht inademen. Wat een contrast met het oude centrum.  Ruimte was in de oude binnenstad slechts in beperkte mate aanwezig. De wederopbouwperiode zorgde voor een ruimer opgezet centrum.  Ook de wederopbouwwijken in onze stad zijn ruim opgezet. Denk aan Jeruzalem (Heseveld), Hatert en Grootstal.

Een wederopbouwpand herkennen.

Andere kenmerken uit de wederopbouw zijn de speciale afwerking van de ramen, de versieringen van de dakranden en borstweringen en het decoratieve metselwerk.

Ramen

Ramen hebben dunne stijlen, vaak van metaal, met betonnen omlijstingen. Die dunne raamlijsten zorgen voor een maximale lichttoetreding. De borstwering, de ruimte  tussen de ramen op de verschillende verdiepingen,  zijn of van ( ribbeltjes)beton, natuursteen of metaal. Soms, zoals in de Houtstraat, zijn er kleine mozaiekwerkjes te zien.

Platte daken

De panden uit de wederopbouw hebben  hebben overwegend een plat dak. Vaak met betonnen overstek zoals het pand van  H&M (ooit P&C) aan de Burchtstraat of  Bakker Bart (ooit modehuis VOSS) op de (hoek van Broerstraat en Ziekerstraat. Het beton zorgde er voor dat men het overstek bijna “zwevend” kon aanbrengen. Beton wordt ook vaak als versiering voor de dakrand aangebracht,

denk aan Verweij op Plein 44 of Douglas op de hoek Burchtstaat/Broerstraat.

Vaak zijn er overigens boven de etalages van winkels betonnen luifels aangebracht , zodat het kopend publiek beschut was tegen de regen. Datzelfde publiek werd ook voor neerslag behoed door overdekte galerijen zoals nu nog aanwezig op de hoek van Molenstraat en Plein 1944 en op Wintersoord , maar vroeger ook te vinden vóór de etalage van H&M aan de Burchtstraat

Metselwerk

Materialen waren na de oorlog duur, arbeid niet. Dus mooi, decoratief metselwerk was nog goed te betalen. Decoratief metselwerk siert vaak hele zijgevels van hoekpanden.

Onder andere op het pand van Van Baal in de Pauwelstraat/Broerstraat of naast Bakker Bart in de Ziekerstraat is mooi metselwerk te zien. Maar ook in het pand van het Kruitvat aan de Broerstraat, het pand van de voormalige schoenenzaak van Veghel aan de Molenstraat en vele andere wederopbouwpanden die baksteen als bouwmateriaal hebben.

Kijk omhoog en laat u verrassen….

Wederopbouwkunst

De Stadsschouwburg: een echte eyecatcher

Na de Stevenstoren is de Stadsschouwburgwellicht het meest opvallende gebouw van Nijmegen. Prominent gelegen aan het Keizer Karel plein vormt het de kroon van de wederopbouw van de stad die in de oorlog zo hard in het hart is geraakt

Meteen valt het oog op een soort grote kijkdoos. Een kijkdoos waar je moeilijk in kunt kijken, maar van waaruit je prachtig naar buiten kunt kijken. Vooral als het donker is.

De Stadsschouwburg, opgeleverd in 1961, is ontworpen door de architecten Bijvoet en Holt. Het gebouw is een karakteristiek wederopbouwpand met veelvuldig gebruik van beton en blokachtige structuren van metselwerk. Opmerkelijk is dat de foyer op betonnen palen staat, wat het kijkdooseffect versterkt. Ooit was de open ruimte onder de foyer bedoeld als plek om beelden neer te zetten. Dat Is jammer genoeg nooit gebeurd.

Door het onafgewerkte gewapende beton hoort de stijl van het gebouw tot het brutalisme (beton brut is het Franse woord voor ruw beton)

Aan de buitenkant is goed te zien wat de functies van de verschillende binnenruimtes zijn. De kijkdoos is de foyer, de ronde ruimte (wat moeilijker te zien) boven de ingang en hal is het toneelgedeelte, het hoge gebouw er achter biedt ruimte om decors boven het toneel op te takelen en te laten zakken.

De grote zaal van de schouwburg biedt plaats aan 900 bezoekers. Doordat de toeschouwers dicht bij het toneel zitten heeft de zaal een intiem karakter. De mooie halfronde zaal wordt wat ontsierd door de rieten schotten voor de balkons. Het verhaal doet de ronde dat deze al snel werden aangebracht omdat vrouwenbenen van onderaf te zichtbaar zouden zijn!

De Stadschouwburg een groots en opvallend rijksmonument, en verschilt daarin  van de kleinschaligere wederopbouwpanden in het stadscentrum. Onlangs heeft de gemeente geld vrijgemaakt om het gebouw grondig op te knappen, waarddoor we er nog heel lang van kunnen blijven genieten

Wederopbouwkunst

Vroom & Dreesman (V&D)

Vroom&Dreesman Nijmegen
Vroom&Dreesman Nijmegen
Vroom&Dreesman Nijmegen

V&D,vaak ook Vroom en Drees genoemd, had  tot in de jaren 80 de grootste warenhuizen van Nederland. In de winkel waren alle producten te koop, van voedsel tot strijkbouten, van sokken tot stereo-installaties. In het souterrain werd voedsel verkocht, maar ook stond er jarenlang een bimbobox met spelende aapjes.  De kelderetage kon ook dienen als schuilkelder. De Russen konden elk moment aanvallen.

De nieuwe V&D moest het grootste en meest beeldbepalende gebouw van de herbouwde binnenstad worden. De gevel aan de Broerstraat is ingedeeld in vakjes om zo optisch aan te sluiten bij de kleinere panden in de straat. Aan de kant van de Grote Markt is het aanzien monumentaler, door de lange betonnen pilasters. Hierdoor sluit deze gevel beter aan bij de schaal van de historische gebouwen aan de overkant. De natuursteen in de gevel staat voor het duurzame en degelijke karakter van het V&D-concern. Het gebouw voegt zich voorbeeldig in het eeuwenoude spel van

holle en bolle wanden van het Kelfkensbos tot het Ivensplein.

De architect was J.H. Fokker van het bureau D. & P. Benning (v/h Oscar Leeuw) en het gebouw werd neergezet tussen 1953 en 1955. De eigenaar van schoenenzaak Janssen aan de Burchtstraat vertelde dat zijn bedrijf pas echt begon toen te lopen toen V&D geopend werd. V&D had een enorme aanzuiging op consument. Nijmegen was met recht trots op zo’n modern groot gebouw dat weer begrenzing gaf aan de Grote Markt

V&D heeft inmiddels plaatsgemaakt voor andere winkels en de verdiepingen van het gebouw staan gedeeltelijk leeg. In de nabije toekomst worden in het gebouw kantoren en appartementen gerealiseerd. De verbouwing vindt plaats met respect voor de cultuurhistorische betekenis van het gebouw. Gelukkig blijft de karakteristieke, ritmische wederopbouwgevel in haar volle glorie behouden.

CAROLUS, SYMBOOL VAN VOORUITGANG

Carolus Nijmegen
Carolus Nijmegen
Carolus Nijmegen

In de jaren ‘50 en ‘60 van de vorige eeuw kende de bioscoop haar gloriejaren. Als je uit ging, ging je dansen of naar de film. Veel mensen, vooral jongeren, gingen wekelijks  naar de bios. Als je weinig geld had kon je altijd  nog een kaartje ’nekloge’ kopen. Zo werden de eerste paar rijen van een bioscoop genoemd: daar kreeg je pijn in je nek van het omhoog kijken.

Op of vlakbij Plein 1944 waren drie prachtige bioscopen: Luxor, Centrum en Carolus. Drie bioscopen met zalen voor 600 tot 900 bezoekers! Carolus was een heel modern wederopbouwgebouw van glas beton en staal. De hal was – en is –  maar liefst 12 meter hoog. De pilaren aan de zijkant waren met tl-buizen rood verlicht. En boven op het dak stonden groot de letters CAROLUS

Carolus stond symbool voor Amerika, zoals de Verenigde Staten altijd genoemd werden. Amerika, het land van onze bevrijders, het land van de onbegrensde mogelijkheden, het land van de massaconsumptie. Zo moest Nederland ook worden.

Als je de zaal van Carolus binnenkwam, zag je dat mooie blauwe plafond met die stervormige lampjes.  Als het grote licht uitging, waande je als het ware in het heelal. En dan moest de film nog beginnen.

Met de opkomst van de tv, andere uitgaansmogelijkheden en nog weer later de opkomst van megabioscopen liep het bezoek aan de drie bioscopen gestaag achteruit. Luxor ging in 1986 als eerste ten onder. Centrum sloot haar deuren in 2005, de laatste films werden in Carolus in 2020 gedraaid.

Carolus is een gemeentelijk monument en heeft een beschermde status. Dat geldt ook voor het plafond in de zaal. Dat betekent voor de nieuwe uitbater dat hij zowel de gevel als het plafond intact moet laten. Zo blijft  Carolus als symbool van vooruitgangsgedachte gelukkig bestaan.

BAKKER BART, OOIT EEN CHIQUE MODEHUIS

Modehuis Voss
modehuis Voss

Lopend of fietsend vanuit de Molenstraat naar de Broerstraat zie je een van de meest opvallende panden uit de wederopbouw. Bakker Bart of eigenlijk Modehuis Voss, de voormalige uit 1948 stammende chique modezaak van de gebroeders Voss.

Het pand is zo opvallend omdat het hoger is dan de andere panden in de Broerstraat. Net zoals andere hoekpanden in de straat, zoals het voormalige Van de Werf-gebouw schuin tegenover Bakker Bart (nu o.a. het Kruitvat). Maar ook net zoals op het einde van de Broerstraat het voormalige gebouw van V&D en het huidige pand van Douglas.

De hoogte van het gebouw  wordt ‘verzacht’ door de terugliggende gevel op de vierde etage met een gaanderij die wordt afgesloten met een voor de wederopbouw typerende fraaie gietijzeren balustrade. Een prachtige plek om te zitten en over de stad te kijken!

Tot in detail is het een fraai bouwwerk. Metselwerk, kozijnen, hekwerk, alles ademt wederopbouw.

Hier zijn de vensters nog in de oorspronkelijke staat, de smalle stalen ramen zijn (nog) niet vervangen door geïsoleerde bredere ramen van kunststof of aluminium, zoals op zoveel ander plekken in het centrum.

Door het platte betonnen dak staken  op de hoeken vlaggenmasten. Net zoals bij  H&M (de  vroegere P&C) aan de Burchtstraat. Beide panden zijn ontworpen door dezelfde architect, Heldoorn uit Leeuwarden. Op het dak prijkt nog steeds prominent de naam Voss. Net zoals het gebouw is ook die naam beschermd stadgezicht. In het pand werd werden parterre en eerste verdieping verbonden door een majestueuze trap.  In hun nieuwe kleren konden de dames van stand naar beneden schrijden en bewonderd worden. Voor degenen die het zich konden veroorloven een dierbare herinnering…

Het prachtige pand ziet er niet meer zo mooi uit als vroeger. De slanke ramen  en de balustrade behoeven hoognodig een schilderbeurt. Bakker Bart heeft gemeend met een forse roze luifel en een bovenmaatse reclamezuil nogal nadrukkelijk aandacht te vragen voor zijn broodjeszaak.  De oorspronkelijk luifel zit gelukkig nog verborgen achter de trespa platen. De buurman heeft die weer tevoorschijn laten komen. Hopelijk volgt de bakker dat goede voorbeeld binnenkort.

Dan zou het voormalige Voss pand zich weer kunnen laten zien als  een van de fraaiste iconen uit de wederopbouw

bakker bart
bakker bart
bakker bart
Wederopbouwkunst

DE CANISIUSKERK, EEN KERK MET TWEE GEZICHTEN

Canisius Kerk

Na het bombardement van 22 februari 1944 waren vijf kerken in de binnenstad ernstig getroffen. De meest bekende is natuurlijk de protestante Stevenskerk, maar ook de vier katholieke kerkenwaren zwaar beschadigd:  de kerk in de Augustijnenstraat, de Broerstraatkerk van de Dominicanen, de Fransiscuskerk aan de Doddendaal  en de Canisiuskerk in de Molenstraat.

De kerken in de Augustijnenstraat en de Broerstraat werden afgebroken en niet meer in de binnenstad opgebouwd. De Augustijnenstraat moest verlegd en verbreed worden om zodoende het verkeer in één rechte lijn van de Grote Markt naar de stationstunnel te leiden. Tenslotte moest de binnenstad immers goed toegankelijk worden voor auto’s. En in de Broerstraat, de nieuwe winkelstraat, paste geen kerk. Aan de Doddendaal werd wél nog een nieuwe kerk gebouwd. Deze is na dertig jaar vanwege een gebrek aan gelovigen in 1981 alweer afgebroken. Uiteraard werd de trots van Nijmegen, de Stevenskerk weer in volle glorie hersteld.

De Canisiuskerk was aan de straatzijde zwaar getroffen, terwijl de achterzijde gespaard bleef. De toren en de voorkant van de kerk zijn dan ook uit de wederopbouwperiode , terwijl de achterzijde (te zien vanaf het parkeerdek op de Molenpoortpassage) nog neogotisch is. Aan de voorzijde is de 19e eeuwse pastorie naast de kerk (nu een herenmodezaak) ook nog gespaard gebleven.

Bij binnenkomst in de kerk ziet men onmiddellijk massieve rechthoekige betonnen zuilen. Echt een kenmerk van de wederopbouw, in het achterste gedeelte verschijnt

vervolgens een traditionele neogotische kerk. De gebrandschilderde ramen en de kruisweg zijn vervolgens weer naoorlogs. Dat maakt de binnenzijde van de kerk tot een wat vreemde combinatie van traditionele bouw en moderniteit.

De toren van het inmiddels als Molenstraatkerk bekend staand gebouw is geïnspireerd op de campaniles. In de wederopbouw waren die rechthoekige Italiaanse torens een sterke inspiratiebron voor veel architecten in Nederland. In Nijmegen staan nog meer van dit soort torens,  kijk maar eens naar het station en op Plein 1944 naar het van de Werfgebouw (achter kledingzaak ONLY)

De voorzijde van de kerk heeft een terugliggende galerij met (betonnen) zuilen. Deze galerij dient als buffer tussen de drukte van de winkelstraat  en de rust van de kerk. Links van de galerij is de Mariakapel met de Onze Lieve Vrouw van Nijmegen, een klein zwart Mariabeeldje. Rechts de doopkapel met de kleine glas-in-betonramen van Wim van Woerkom, die binnen prachtig licht geven. De vloer van de galerij is ingelegd met mozaïek. In de frontmuur geven de gebeeldhouwde vissen de natuurstenen blokken reliëf. Tussen de zuilen hangt een fors bronzen Christusmonogram met de Griekse letters Alfa en Omega, vervaardigd door de beeldhouwer Jan Vaes. Het monogram verbeeldt de almacht van God.

De Canisiuskerk is daarmee een bijzonder voorbeeld  van een combinatie van een naoorlogse wederopbouwstijl en de neogotiek uit de laatste decennia van de 19e eeuw.

Wederopbouwkunst

BEDRIJFSVERZAMELGEBOUW PLEIN 1944, na de oorlog samen de schouders eronder!

bedrijfsverzamelgebouw
bedrijfsverzamelgebouw

Op het oorspronkelijke Plein 1944 staat op de westkant (bij de Houtstraat) een monumentaal wederopbouwpand uit 1950 van architect Roodenburg. Door de herinrichting van het plein is dit gebouw nu wat geïsoleerd komen staan. Toen de wederopbouw eind jaren 40 op gang kwam, wilden de winkeliers in de nieuwbouw meer met elkaar gaan samenwerken. Na het bombardement hadden de winkels tamelijk opeen gepakt gezeten in noodgebouwtjes aan de rand van de binnenstad, en dat was sommige ondernemers goed bevallen. Zo ontstond het idee van een groot verzamelgebouw op een prominente plek: Plein 1944, het nieuwe centrum van Nijmegen.

Dit verzamelgebouw is een van de grootste complexen uit de Nijmeegse wederopbouw met in totaal 12 winkels en 36 woningen. Het vertoont alle kenmerken van de wederopbouwarchitectuur: indruk van verticaliteit door de smalle pilaren van onder naar boven, betonnen onderstukken , en het – zeker aan de achterkant – fraai gedecoreerde metselwerk. De gebogen vormen, hoekjes en luifels geven de uitstraling van een niet zo massief winkelgebouw dat mooi aansluit bij de buurman in de Houtstraat. Niet helemaal toevallig, Antiquariaat van Hoorn kent namelijk dezelfde architect.

Het na oorlogse principe van licht, lucht en ruimte is goed zichtbaar aan de balkons met fijnmazig hekwerk. De raamlijsten waren oorspronkelijk van rank staal, zodat er veel licht binnen kon vallen.  Die kozijnen zijn helaas deels vervangen door brede kunststofkozijnen. Milieutechnisch

een logisch keuze, voor de elegantie van het verzamelgebouw echter funest. Aan de zijkant in de Houtstraat, waar nog de oorspronkelijke ramen zitten,  is goed te zien wat het verschil is tussen oud en nieuw. Gelukkig zijn er tegenwoordig wel smalle raamlijsten in de handel die het gewicht van dubbel glas goed kunnen dragen. Bekijk maar eens het gerenoveerde ING-gebouw op de hoek van de  Molen- en Ziekerstraat.

Oorspronkelijk hadden de winkels een overdekte galerij, net zoals bijvoorbeeld de H&M (voorheen P&C) aan de Burchtstraat. Die galerij is ook in dit gebouw bij de winkels getrokken. Jammer, maar begrijpelijk: tegenwoordig kijkt men wat minder etalages, de klant gaat gewoon direct naar binnen om te ‘snuffelen’.

Op de hoek met de Houtstraat, op een meter of vijf hoog, hangt een kunstwerk van Jac Maris. Het is een afbeelding van Hermes, de god van Handel (en diefstal).  Het kleine figuurtje aan de voeten van Hermes is  Bacchus, god van de drank. Blijkbaar verloopt de handel soepeler met wat drank. De sculptuur bevat een gedenksteen met de woorden: ‘De eerste steen 20-7-1950 Mr. Ch. M. J. H. Hustinx Burgemeester’.

Het uiterlijk van het bedrijfsverzamelgebouw is door de renovaties behoorlijk aangetast. Een oorspronkelijk elegant gebouw oogt daardoor nu wat grof. Hopelijk worden de kozijnen nog eens vervangen door rankere exemplaren en wordt de galerij weer in ere hersteld. Dan wordt de Nijmeegse binnenstad opnieuw een stukje mooier!

Wederopbouwkunst