Sven Hoekstra over Nijmegen in de Wederopbouw

Gezin Hoekstra voor het wederopbouwhuis

Sven Hoekstra is beeldend kunstenaar. Hij maakt zeer herkenbaar werk met vaak de omgeving van Nijmegen op de achtergrond. In september 2020 vierde Sven zijn vijftigjarig kunstenaarschap  met een tentoonstelling in de Stevenskerk. Hoekstra werd in 1945 geboren en zat op de protestante lagere school de Klokkenberg. Hij woonde in het Centraal Gebouw, later Dansschool Vermeulen, aan de Bijleveldsingel. Daar waren vanaf eind jaren ’50 op zaterdagavond “instuiven” en traden popbandjes op.

Door de stad naar school

Sven vertelt dat hij vaak samen met zijn broer via de Ziekerstraat, Plein 44, de Augustijnenstraat via de Burchtstraat naar school liep. De Klokkenberg lag toen aan de Muchterstraat. Plein 44 was nog een zandkuil. Overal werd gebouwd en er waren ook overal ruïnes van het bombardement. De bouw van o.a. V&D en Hema was erg indrukwekkend. De noodwinkels waren aan de Bisschop Hamerstraat, Mariënburg en  Wintersoord.

Onderweg waren die bouwplaatsen heel fijne speelplekken. Met de grote jongens mee spelen in de ruïne van de Stevenskerk. Je mocht er natuurlijk niet spelen, maar de controle was niet zo streng. Kinderen werden uit huis gestuurd om buiten te spelen en er waren nog nauwelijks auto’s. Sven is vaak gaan kijken bij  de beeldhouwers die ter plekke  de reliëfs en de beelden maakten voor de kerk.

 Foto voor het kasteel van Hallo

Sven ontdekte onlangs dat hij op een foto staat, die Kees Moerbeek gebruikte voor een bewerking in kleur. Sven staat vierde van rechts en haalt herinneringen op aan kleding. Hijzelf heeft te grote kleren aan: waarschijnlijk van zijn broer geweest of een neef.  Sommige kinderen zijn wat rijker en hebben passende kleding. Mode was de plusfour. Daar kon je in groeien. Meisjes met strik: van iets eenvoudigs wat aardigs maken! Sokken werden gestopt, kleding hersteld als er iets kapot was.

Als jonger kind had je dat vaak niet in de gaten. Als je wat ouder werd, vond je die gedragen kleren niet zo fijn!

Stella kelder

Toen Sven wat ouder werd, ging hij naar de Stella Kelder. “Dat was de tent voor de jongeren. De eigenaar was “Pa” Van Boxtel, van het gelijknamige leidekkersbedrijf aan de Grotestraat. In de kelder werden optredens georganiseerd. Eerst de jazz met optredens van Pierre Courbois, Han Bennink, Mischa Mengelberg en Amerikaanse jazzmuzikanten als Johnny Griffin en Babs Gonzalez die door Europa trokken. Wat later kwam ook de beat met allerlei Nijmeegse bands. Het was de periode na Connie en Freddy. We hadden behoefte aan iets nieuws.

Jack Wanders woonde als kind in de binnenstad

Jack Wanders, geboren in 1955,heeft zijn eerste tien levensjaren in de binnenstad gewoond. Hij heeft de Wederopbouw als kind meegemaakt
Jack is de zoon van Henk en Jans Wanders. Henk en Jans hadden van 1955 tot 1965 de Dansschool Wanders op de hoek van de Molenstraat en de Van Welderenstraat. De dansschool was boven de Penshop en de brillenwinkel De Boer. Later ging de dansschool naar de Rembrandtstraat. Jack en Dory volgden Henk en Jans als dansleraren op. Jack heeft twee broers: Theo en Henk(ie) Wanders. Jack zat eerst op de kleuterschool op de Wedren. Als kleuter kon je toen nog alleen naar de school lopen. Na de kleuterschool ging hij naar Petrus Canisius, de lagere school aan de Jozefhof.

Jack vertelt dat hij drie routes naar school had: Door de Van Welderenstraat langs Technica en Puk Bakker, de feestwinkel, richting Van der Stad en dan naar de Jozefhof.
De tweede route was vanuit de Molenstraat door de 2e Walstraat naar Mariënburg. Waar nu het voormalige stadskantoor en de bioscoop staan, stond toen een muur om een gebouw. Daarachter lag het oude Joodse kerkhof. Dan over de Mariënburg. Dat was een open vlakte met alleen de kapel. Dit was de gevaarlijk route. Als kinderen, vertelt Jack, vonden we de 2e Walstraat met die muur eng en gevaarlijk. We liepen deze route als we stiekem rookten. Als je dan betrapt werd door de politie, moest je ’s woensdagsmiddag op het politiebureau komen!

De derde route was door de Molenstraat langs het politiebureau, dat toen stond op de plek waar nu de Molenpoortpassage is. Langs de kerk rechtsaf de Ziekerstraat in, via de Koningstraat, naar Marienburg. Op die open plek was toen de kermis en je kon er heel lekker spelen op die zandvlakte. Via Winteroord gingen we dan naar school. Op de hoek van Wintersoord en de Hertogstraat was een snoepwinkel. De binnenstad was, volgens Jack, voor kinderen toen een speelparadijs met veel open plekken. Je kun overal voetballen, en overal in het zand spelen. Er waren veel kinderen, de middenstanders woonden met hun kinderen nog in de stad. We speelden door de hele binnenstad, zelfs midden op het Keizer Karelplein. Er waren nog nauwelijks auto’s. Ook heel leuk was spelen op de roltrappen in de V&D en bij de HEMA.

Molenstraat 1960 – Bron: Regionaal Archief Nijmegen.